SCHARRELKINDEREN

In mijn jeugd was buiten spelen nog heel gewoon. We klommen in bomen, gingen spoorzoeken, legden een plank over een sloot als evenwichtsbalk, verstopten ons in de bosjes en zochten beestjes in de sloten en weilanden. We liepen wel eens een snee of een blauwe plek op en kwamen soms doorweekt en vies thuis, maar heeft dit ons veel kwaad gedaan….?

Tegenwoordig komen kinderen nog maar weinig buiten. Enerzijds ligt dit aan veranderde interesses – kinderen blijven tegenwoordig liever binnen bereik van Wifi en een stopcontact – maar anderzijds valt er voor kinderen ook steeds minder te beleven. Er is steeds minder natuurlijke speelruimte, zeker in steden. Er zijn richtlijnen voor het aantal vierkante meters speelvoorzieningen, maar deze speelvoorzieningen zijn dan keurig ingericht met wipkippen, glijbanen, schommels, klimrekken, etc. En niet te vergeten met rubber tegels, valdempende ondergronden en een valhoogte van maximaal 60 centimeter, want anders zou een kind zich wel eens kunnen bezeren. Ook de inrichting van deze speeltuinen stimuleert niet echt de fantasie van kinderen: op ieder speelterreintje dezelfde speeltoestellen, een hek er omheen, nauwelijks begroeiing of verstopplekken (want: overzichtelijk voor de ouders).

De Amerikaanse journalist Richard Loev schreef in zijn boek ‘Last child in the woods’ al dat kinderen die buiten spelen een zeldzaamheid worden. Hij waarschuwde ook voor de gevolgen. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat kinderen die weinig buiten spelen vatbaarder zijn voor overgewicht, concentratiestoornissen, depressies en ADHD. Loev noemt dit het ‘natuurtekortsyndroom’. Recentere onderzoeken wijzen ook op de negatieve gevolgen van het tekort aan buiten spelen. Zo blijkt dat kinderen tegenwoordig minder weerstand tegen ziektes opbouwen en dat ze steeds vaker een bril nodig hebben voor bijziendheid. Ze turen de hele dag op korte afstand naar een computer of mobiele telefoon, en kijken weinig in de verte, waardoor hun ogen zich niet goed kunnen ontwikkelen. Oogartsen adviseren daarom om kinderen twee uur per dag buiten te laten spelen.

Uiteraard is het in de eerste plaats een taak voor de ouders om te zorgen dat hun kinderen buiten spelen en niet de hele dag op hun kamer achter een computer of mobiele telefoon zitten. Als moeder van twee tieners weet ik uit eigen ervaring hoe lastig dat soms is, maar het is wel noodzakelijk. Maar er moeten dan wel plaatsen zijn waar kinderen echt buiten kunnen spelen. Ik heb het dan niet over een omheind terreintje met een klimrek, een schommel en twee wipkippen, maar over een uitdagende, natuurlijke speelomgeving waarin ze worden uitgedaagd, hun motoriek kunnen ontwikkelen, leren over plantjes en beestjes, etc. Zo’n groene, natuurlijke leefomgeving draagt bij aan de mentale en fysieke ontwikkeling van kinderen. Maar hoewel het besef van de noodzaak van natuurlijke speelterreinen ook bij de beleidsmakers wel steeds meer aanwezig is, zie ik in de praktijk dat veel gemeenten zich toch laten afschrikken door de richtlijnen van het Attractiebesluit. Toch hoeft dat geen belemmering te zijn. Er zijn veel mogelijkheden, variërend van een groen speelterrein tot een echte natuurspeelplaats.

Een echte natuurspeelplaats is een zelfstandig ecosysteem. Een echte natuurspeelplaats heeft daarom een aantal randvoorwaarden. De belangrijkste voorwaarde is de oppervlakte: een natuurspeelplaats moet minimaal tien hectare groot zijn om voldoende ecologische waarde te kunnen garanderen. Daarnaast moet er voldoende variatie zijn in het landschap. Hoe groter het terrein, hoe meer variatie in speelmogelijkheden mogelijk is. Ook kan variatie aangebracht worden door het terrein te verdelen in verschillende zones die ieder een andere inrichting hebben. Zo kan de ene zone uitnodigen tot klimmen en klauteren, een andere tot spelen in en aan het water en een derde tot verstoppen of tot rust te komen. Daarnaast moet een natuurspeelplaats voldoende uitdaging bieden, avontuurlijk en spannend zijn en de creativiteit van kinderen prikkelen. Door begrazing door bijvoorbeeld schapen kan de hoeveelheid maai- en snoeiwerk aanzienlijk beperkt worden, waardoor de beheerskosten lager worden. Daarnaast draagt begrazing bij aan de aantrekkelijkheid van het gebied voor kinderen.

Door de vereiste oppervlakte zijn geschikte locaties voor natuurspeelplaatsen in stedelijke gebieden vaak moeilijk te vinden. Ook als een echte natuurspeelplaats niet tot de mogelijkheden behoort zouden gemeenten meer creativiteit kunnen tonen in het ontwikkelen van groene speelterreinen. Kinderen hebben veel fantasie en hebben niet veel nodig om te kunnen spelen, rennen en klauteren. Een braakliggend terrein of een ruime groenstrook kan vaak zonder hele grote ingrepen een leuk, groen speelterrein voor kinderen worden. Een boom met geschikte takken om in te klimmen, een omgevallen boom om op te klauteren, wilgentenen hutten, een plank over een greppeltje, een band aan een boomtak als schommel, een rioolbuis als tunnel, en vooral voldoende groen en verstopplekken. Als er speeltoestellen geplaatst worden, kies dan voor fysiek uitdagende toestellen zoals een kabelbaan of een evenwichtsbalk, en kies altijd voor natuurlijke materialen in plaats van metaal en kunststof. Op die manier ontstaat een speelterrein dat kinderen uitdaagt om te bewegen en hun fantasie prikkelt.

Kortom, met enige creativiteit zijn er zeker mogelijkheden voor groene, uitdagende speelterreinen, ook wanneer er geen ruimte is voor een echte natuurspeelplaats.

Anita Hazenberg-Folkersma
www.avviato.nl

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *